aanhef vergunning 1849

DE MINISTER Beschikkende op een aan Z.M. ingediend request van Vrouwe G.S.A. Baronesse van Pabst, Douairiere van den Heer W.H.A.C. Baron van Heeckeren van Kell, wonende te Ruurlo.
Gelet op de adviesen van Heeren Gedeputeeerde Staten van Gelderland en van den Arondissements Directeur der Directe Belastingen te Zutphen,
Gelet op artikel 16 der wet op het Gemaal van den 29 Maart 1833 (Staatsblad N 3), Voorts gelet op het K.B. van den 11 April 1844 N 62,
Vergunt bij deze, uit krachte van 's Konings daartoe verstrekte qualificatie aan voornoemde requistrante :
1o Om in de gemeente Ruurlo op het perceel kadastraal bekend in Sectie A N 4, enen wind koren- en oliemolen te bouwen onder de navolgende voorwaarden :
a dat tusschen Zonsonder- en opgang van den molen geen gebruik zal mogen worden gemaakt dan alleen tot het malen van granen, wanneer daartoe de bij de wet gevorderde toestemming des ontvangers is bekomen.
b dat deze vergunning zal worden beschouwd als zijnde ingetrokken, wanneer daarvan na verloop van een jaar na de dagtekening dezer geen gebruik is gemaakt.
2o Om op denzelven molen ook granen te pellen, onder de volgende voorwaarden :
a. dat deze vergunning aan eenen volgenden eigenaar of huurder van den molen geen regt of aanspraak op gelijke gunst geven zal, en dat dezelve zal worden ingetrokken zoodra daarvan eenig misbruik is gemaakt.
b. dat door deze requestante geene aan den accijns onderworpen granen, al ware het ook om die te pellen, op haren molen zullen mogen worden ontvangen dan voorzien van ene quittancie van betaalden accijns, en welke quittancie nimmer zal mogen dienen en tot het pellen en tot het malen van die granen.
en c. dat de requestante, door het genot dezer vergunning zal geacht worden zich ten aanzien der granen op haren molen ter pelling aangenomen, vrijwillig te hebben onderworpen aan dezelfde boeten en straffen als bij bovengenoemde wet op het Gemaal zijn vastgesteld met opzigt tot de granen, welke op de molens worden bezorgd om te worden gemalen, zullende mitsdien ook belaste granen worden gepeld, het pelwerk en de daartoe behorende kaar zodanig moeten zijn ingerigt, dat daar in minstens een zak graan tegelijk kunne worden uitgestort, en alzoo de $$ 2 en 3 van art. 22 der meergenoemde wet volledig toepassing kunnen verlangen.
Afschrift dezer zal worden gezonden aan Heeren Gedeputeerde Staten van Gelderland tot informatie.

Accordt met voorno. Register
De Secretaris Generaal



bron: Rijksarchief in Gelderland, Archief Gedeputeerde Staten, inventarisnummer : 0039-12029

(C)2003-2018 Stichting vrienden van de molen 'Agneta';DJW Lobeek